HOME VOOR WIE ADVIESDIENSTEN NIEUWS KLANTEN CONTACT


Welkom
Profiel van ons bedrijf
Visie
Evaluatie PremiePensioenInstellingen (PPI) mei 2014
Pensioen-up-to-Date
Spitsuurlezingen
Actuariele gelijkwaardigheid en dispensatie, goedkoop en snel!
Publicaties in de vaktijdschriften
Themawebsites
Vacatures



Evaluatie PremiePensioenInstellingen (PPI) mei 2014

23 mei 2014 heeft minister Dijsselbloem van FinanciŽn mede namens staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het rapport "Evaluatie PremiePensioenInstellingen" aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit rapport is door ons opgesteld in samenwerking met AF Advisors. Dit rapport volgt na een toezegging van de minister in 2010 tijdens de parlementaire behandeling van de Wet Introductie Premiepensioeninstellingen aan de Kamer dat er een evaluatiemoment na 3 jaar wordt ingesteld. Een eervolle opdracht voor ons en voor onze business partner AF Advisors. Al enige jaren werken wij nauw samen bij de succesvolle introductie van ons PremiepensioenWijzer concept. Zowel met de Prudentietoets, het Uniform Realistisch Pensioen Overzicht ('URPO') en de Penformancetoets hebben we instrumenten in de markt gezet die alle stakeholders het inzicht geven in de impact van risico op het pensioenresultaat van deelnemers en de kwaliteit en performance van lifecycle-oplossingen in de tweede pijler premiepensioenproducten.

 

Heeft u vragen over het rapport en de samenvatting of wilt u een persoonlijke toelichting dan kunt u contact opnemen met:

Roel Nass actuaris AG, LNBB actuarissen + pensioenconsultants, 078-611 7111 of per email.

Frank Husken, AF Advisors, 010-412 9616 of per email.

 

Samenvatting en conclusies

Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet introductie premiepensioeninstellingen heeft de minister van FinanciŽn toegezegd na drie jaar de premiepensioeninstelling (PPI) te zullen evalueren. In dit rapport beantwoorden wij op basis van onderzoek de vraag of de introductie van de PPI heeft bijgedragen aan marktwerking en daarmee een betere prijsstelling en meer transparantie in premiepensioenregelingen. Daarnaast is onderzocht in hoeverre de cross border ambities van PPIís zijn ingevuld.

 

Het onderzoek richt zich op:
- Relevante ontwikkelingen in de markt voor de uitvoering van premiepensioenregelingen en de rol van PPIís in deze markt;
- Uitvoeringskosten;
- Kwaliteit van het vermogensbeheer en het gevoerde beleggingsbeleid voor deelnemers;
- Klantgerichtheid en klantbeleving; 
- Reikwijdte van de dienstverlening door PPIís;
- De uitvoering van buitenlandse pensioenregelingen door PPIís: de cross border ambities;
- Knelpunten in huidige wet- en regelgeving.

 

De conclusies zijn gebaseerd op een analyse van het verschil van premiepensioenproducten zoals die werden aangeboden voor de introductie van de PPI (in 2010) en het huidige aanbod en op de informatie die aan de hand van een uitgebreide vragenlijst is aangeleverd door de meeste aanbieders van premiepensioenproducten. Verder hebben we de onderzoeksvragen getoetst en nadere informatie verkregen in gesprekken die tijdens de onderzoeksperiode zijn gevoerd met onder andere aanbieders, werkgevers, adviseurs, werknemers(vertegenwoordigers) en toezichthouders.

 

Conclusie

De introductie van de PPI heeft daadwerkelijk bijgedragen aan meer concurrentie voor de uitvoering van premiepensioenregelingen en heeft geleid tot lagere kosten, meer transparantie en betere beleggingen en communicatie. De PPI heeft een sterk katalyserende rol gespeeld voor ontwikkelingen die aan betere tweede pijler premiepensioenproducten hebben bijgedragen: internetontwikkelingen, provisieverbod, deskundigheidsvergroting van adviseurs en netto staffels.

De geconstateerde prijsdaling heeft een meetbaar positief effect op het pensioenresultaat van deelnemers aan premiepensioenregelingen. Bij een gelijkblijvend pensioenbudget is er in de huidige producten meer geld beschikbaar voor pensioenopbouw en in combinatie met beter en goedkoper beleggen resulteert dit naar verwachting in zoín 13% hoger pensioen en een lager risico voor de deelnemers.

 

Ontwikkelingen en de rol van de PPI

De Wet introductie premiepensioeninstellingen is op 1 januari 2011 in werking getreden en tot nu toe hebben elf PPIís succesvol een vergunningstraject doorlopen. Dit aantal sluit aan bij de verwachting die hieromtrent in de parlementaire behandeling is uitgesproken. Dat is in relatief korte tijd een aanzienlijk aantal, vergelijkbaar met het aantal levensverzekeraars dat actief is in de markt van tweede pijler premiepensioenregelingen. De wet voldoet in die zin in een behoefte en faciliteert concurrentie.

In het onderzoek is duidelijk geworden dat veel PPIís zich nog in een opstartfase bevinden en dat de markt en het aanbod zich nog volop ontwikkelen.

Het is de vraag in hoeverre de geconstateerde verbeteringen kunnen worden toegeschreven aan de introductie van de PPI. Wij komen tot de conclusie dat de invoering van de PPI als aanjager heeft gewerkt van een al voorzichtig ingezette verbetering in het productaanbod. De introductie van de PPI heeft geleid tot toetreding van partijen zoals asset managers en pensioenadministrateurs die zorgen voor een kennisimpuls en innovatie.

 

Buitenlandse pensioenregelingen

De PPIís zijn mede geÔntroduceerd om de positie van Nederlandse partijen te beschermen met het oog op het openstellen van de Europese pensioenmarkt door de uitvoering van buitenlandse (cross border) pensioenregelingen te faciliteren.

Op dit moment is nog geen enkele buitenlandse regeling bij een PPI ondergebracht. De uitvoering van buitenlandse pensioenregelingen wordt als complex gezien, doordat in het buitenland andere eisen aan producten worden gesteld. PPIís richten zich in eerste aanleg op de uitvoering van Nederlandse pensioenregelingen voor in Nederland gevestigde ondernemingen alvorens buitenlandse pensioenregelingen te implementeren. Dat patroon herkennen we bij de ontwikkeling van cross border mogelijkheden in andere EU landen. Ook in andere landen werd eerst een stabiel platform in het thuisland opgebouwd alvorens de stap naar het uitvoeren van buitenlandse regelingen werd gemaakt. Vier PPIís hebben aangegeven cross border ambities te hebben en die voor 2016 te willen invullen. Enkele internationale vermogensbeheerders onderzoeken of de PPI kan dienen als entiteit voor het uitvoeren van internationale pensioenregelingen.

 

Analyse van premiepensioenproposities

De propositie voor een premiepensioenregeling bestaat uit een aantal bouwstenen die als volgt in drie categorieŽn kunnen worden onderverdeeld:

1. Het voeren van een administratie van pensioenaanspraken en van beleggingen en de communicatie met werkgevers en deelnemers;
2. Het daadwerkelijk (laten) beleggen van premies in de onderliggende beleggingsfondsen;
3. Het verzekeren van aanvullende dekkingen als inkomensvoorzieningen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid.

 

Uit het onderzoek komt naar voren dat:

  • Zowel de uitvoeringskosten van premiepensioenregelingen als de totale beleggingskosten significant zijn gedaald. De uitvoeringskosten blijken in sommige gevallen te zijn gedaald met meer dan 50% zonder dat het dienstenpakket ten opzichte van 2010 is afgenomen. Een veel groter gedeelte van de dienstverlening en communicatie vindt digitaal plaats. Dit zorgt voor een toegenomen efficiency en creŽert daarnaast nieuwe communicatiemogelijkheden.
  • De risicopremies die door uitvoerders in rekening worden gebracht voor aanvullende verzekeringen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid zijn verlaagd. Dit is niet volledig aan de toegenomen concurrentie toe te schrijven, omdat de verlagingen mede worden veroorzaakt door een stijging van de levensverwachting en de gewijzigde WIA-instroom.
  • Het beleggingsbeleid van pensioenuitvoerders leidt tot een hoger beleggingsrendement  terwijl het risico is afgenomen. Lagere totale beleggingskosten dragen bij aan hogere netto rendementen. 
  • Het beleggingsbeleid is meer geŽnt op de inkoop van pensioen op de pensioendatum en het renterisico dat samenhangt met het op de pensioendatum omzetten van kapitaal in pensioen wordt beter afgedekt.

Per saldo zorgen deze ontwikkelingen er voor dat voor de deelnemer een hoger pensioenresultaat kan worden bereikt. Als het pensioenbudget gelijk wordt gehouden, betekenen de verlagingen van uitvoeringskosten en premies voor aanvullende verzekeringen dat 10% meer geld aan de opbouw van pensioen wordt besteed. In combinatie met het verbeterde beleggingsbeleid en de verlaging van de totale beleggingskosten, resulteert dit voor de deelnemers naar verwachting in zoín 13% hoger pensioen en een lager risico.

 

Dienstverlening en communicatie

Uit de terugkoppeling van marktpartijen en uit ons onderzoek blijkt dat de PPIís hebben bijgedragen aan een kwaliteitsverbetering van de proposities. De kostentransparantie van premiepensioenproducten en de kwaliteit van de dienstverlening zijn toegenomen en de communicatiemogelijkheden zijn verruimd. Op het gebied van aanvullende verzekeringen geldt dat het huidige aanbod vergelijkbaar is met het aanbod vůůr de introductie van de PPI. De propositie van PPIís is vergelijkbaar met die van levensverzekeraars.

Over de beleggingen kan beter worden gecommuniceerd. Dit heeft betrekking op zowel de vindbaarheid als de compleetheid van informatie en is aan de orde bij het aangaan van een uitvoeringsovereenkomst en tijdens de looptijd. Werkgevers willen meer instrumenten hebben om beleggingsrendementen te kunnen beoordelen. Deelnemers wensen meer inzicht in de impact van risico en van beleggingskeuzes op het pensioenresultaat en dat wordt, op enkele uitzonderingen na, in de ogen van zowel werkgevers als deelnemers nog niet geboden.

Het onderzoek toont aan dat de traditionele pensioenuitvoerders van premiepensioenregelingen, levensverzekeraars, door de toegenomen concurrentie hun proposities met name in kwantitatieve zin ook hebben verbeterd. Als het gaat om communicatie en dienstverlening ligt het tempo van verbeteringen echter lager.

 

Knelpunten en toekomstperspectief

PPIís signaleren een aantal knelpunten die hen, naar hun oordeel, achterstellen ten opzichte van levensverzekeraars. Daarnaast zijn er knelpunten in wet- en regelgeving en het toezicht. Het oplossen van de door aanbieders ingebrachte knelpunten kan leiden tot een verbetering van het productaanbod van aanbieders van premiepensioenproducten, waaronder PPIís, en een efficiŽntere en transparante bedrijfsvoering en kostentoerekening.

De huidige stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van premiepensioenregelingen is naar onze verwachting niet maatgevend voor de toekomst. Op het gebied van communicatie over beleggingen zijn nog belangrijke stappen te zetten. Werkgevers, deelnemers en adviseurs geven aan meer instrumenten nodig te hebben om de beleggingsprestaties te kunnen beoordelen en wensen meer inzicht in de impact van risico en beleggingskeuzes die zij kunnen maken op het pensioenresultaat voor deelnemers.

 

Er wordt door aanbieders nagedacht over productinnovaties, bijvoorbeeld als het gaat om de integratie van garanties in producten. Daarbij zoeken levensverzekeraars naar innovaties die door PPIís niet of lastig kunnen worden gekopieerd.

PPIís zijn in verschillende stadia van ontwikkeling. Sommige PPIís hebben hun commerciŽle activiteiten pas in 2013 gestart, terwijl andere PPIís al sinds 2011 commercieel actief zijn. Geen enkele PPI heeft   op dit moment het break even punt tussen opbrengst en kosten bereikt, maar het is te vroeg om een oordeel over de levensvatbaarheid van PPIís te geven. De eerste PPIís zullen naar verwachting in 2014 winstgevend worden, maar er zijn zorgen in hoeverre de omvang van de markt alle PPIís in staat stelt  om op basis van de binnenlandse vraag een rendabele onderneming te voeren. De uitvoeringskosten  die aan werkgevers worden doorbelast zijn door de toegenomen concurrentie sterker gedaald dan door efficiencyvoordelen wordt gerechtvaardigd. Bovendien bestaat de zorg dat PPIís, die met een blanco lei konden starten, na verloop van tijd net als levensverzekeraars met legacy problemen in hun administratieve processen en daardoor hogere kosten zullen worden geconfronteerd.

Aanbieders en adviseurs geven aan dat het risico van een eventuele consolidatie in de markt voor deelnemers als beperkt wordt gezien vanwege de wettelijke rangregeling, de aandacht van toezichthouders hiervoor in het lopende toezicht en de verantwoordelijkheid die de sector zegt te   nemen. Aanbieders geven aan bereid te zijn portefeuilles over te nemen van PPIís die bij gebrek aan toekomstperspectief, al dan niet door DNB daartoe aangezet, besluiten de activiteiten te staken. De overnemende aanbieders doen dit omdat ongeregisseerde exits het aanzien van en het vertrouwen in de sector behoorlijk zouden kunnen schaden. Bovendien kunnen zij zelf zo de benodigde schaal behalen. We gaan er van uit dat tijdige opheffing veel waarschijnlijker is dan een eventueel faillissement. Mocht zich desondanks toch een faillissement voordoen, dan biedt de in 2012 gewijzigde rangregeling de deelnemers adequate bescherming van hun pensioenvermogen.